Leestekens: komma

Leestekens: gebruik ze goed

zonder hoofdletters punten en komma’s is een tekst wel heel lastig te lezen en te begrijpen je weet immers niet goed wanneer een nieuwe zin begint en wanneer je een pauze moet nemen in de zin om te voorkomen dat een tekst onleesbaar wordt maken we daarom gebruik van leestekens als punten en komma’s

Volg jij het nog? Dat dacht ik al. 😉

Eerder heb ik in een artikel al iets geschreven over het leesbaarder maken van je teksten door gebruik te maken van signaalwoorden. Als het aankomt op het leesbaarder maken van teksten, is het gebruik van leestekens nog belangrijker, of eigenlijk het belangrijkste. Zonder het gebruik van hoofdletters, komma’s en punten wordt een tekst totaal onbegrijpelijk. Niet alleen het gebruik van leestekens zelf is belangrijk, maar ook het op de juiste wijze gebruik maken daarvan.

Voor veel mensen is het op de juiste wijze gebruik maken van leestekens lastig. In de komende twee artikelen zal ik hier aandacht aan besteden. In dit eerste deel aandacht voor de komma, de dubbele punt en de puntkomma.

Wanneer gebruik je een komma?

Een komma in een zin kan bepalend zijn voor hoe de zin geïnterpreteerd wordt. Een voorbeeld:

Piet is aardig dik en kaal (Piet is behoorlijk dik en kaal).
Piet is aardig, dik en kaal (Piet is aardig, hij is dik en hij is kaal).

Voor het gebruik van komma’s bestaan eigenlijk niet echt vaste regels. Wél is er een aantal algemene uitgangspunten met betrekking tot het gebruik van komma’s.

  1. Rustpunt in de zin. Daar waar je een duidelijke adempauze in de zin hoort, plaats je een komma. Dit is echter wel een lastig punt. Voor de een ligt het rustpunt in de zin op een andere plek dan voor de ander.
  2. Tussen twee persoonsvormen in een samengestelde zin. Nadat ik ’s ochtends uit bed kom, drink ik altijd eerst een kopje koffie.
  3. Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden. Wat? Gelijkwaardig? Daarmee wordt bedoeld dat deze bijvoeglijke naamwoorden onafhankelijk van elkaar een eigenschap van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord benoemen. Het lieve, schattige hondje.
  4. Bij een opsomming (behalve bij het woordje ‘en’). Ik heb hoofdpijn, keelpijn en ik heb een loopneus.
  5. Rond een bijzin die meer vertelt over het onderwerp. De kinderen, die allemaal erg moe waren, gingen vroeg naar bed.
  6. Voor voegwoorden als: omdat, hoewel, indien, maar en want. Ik trek een vest aan, want ik heb het koud.
  7. Na aanhef en slotgroet in een brief. Geachte mevrouw …, of Met vriendelijke groet, ….
  8. Voor en/of na een aanspreking. Sandra, wil jij iets drinken? of Wil jij iets drinken, Sandra?

Spatiegebruik komma

Het gebruik van spaties rondom komma’s is ook niet bij iedereen even duidelijk. Een spatie komt altijd (en alleen) na de komma, nooit ervoor. Uitzondering hierop is het kommagebruik bij getallen, dan gebruik je nooit een spatie na de komma.

Wanneer een dubbele punt?

Maak gebruik van een dubbele punt om een opsomming, een uitleg of een citaat in te leiden.

Mijn hobby’s zijn: koken, hardlopen en lezen.
Je kunt twee dingen doen: ruzie maken of negeren.
Sandra vroeg aan mij: “Zullen we vanavond samen naar de bioscoop gaan?”

Hoofdlettergebruik na dubbele punt

In principe maak je na een dubbele punt geen gebruik van een hoofdletter, tenzij het eerste woord na de dubbele punt een eigennaam (bijvoorbeeld de naam van een persoon of een stad) is of er na de dubbele punt een geciteerde zin volgt.

Dit jaar gaan we in twee landen op vakantie: Frankrijk en Spanje.

Ook bij een opsomming met hele zinnen begin je elk punt met een hoofdletter.

Zo werkt het:

  • In een gesprek geef jij je ondersteuningsbehoefte aan.
  • Je ontvangt een aanbod op maat.
  • Spreekt het aanbod je aan dan gaan we samenwerken.
  • Facturering vindt maandelijks na afloop van de kalendermaand plaats.

Wanneer een puntkomma?

Een puntkomma wordt op twee manieren gebruikt, namelijk in een zin en in een opsomming.

Puntkomma in een zin

Net zoals een punt, sluit de puntkomma ook de zin af. Wat is dan het verschil zou je denken?
Een puntkomma sluit de zin wel af, maar geeft tegelijk aan dat de volgende zin direct verband houdt met de voorgaande zin.

We hebben een mooi jaar achter de rug; vooral de maanden oktober en november waren druk.

Een punt zou hier ook passen, maar daardoor heeft de tweede zin een losser verband met de eerste zin.

We hebben een mooi jaar achter de rug. De maanden oktober en november waren druk.

Ook een komma zou hier kunnen. Hierdoor wordt het verband nog duidelijker weergegeven.

We hebben een mooi jaar achter de rug, waarbij vooral de maanden oktober en november druk waren.

Een puntkomma kan overigens alleen worden gebruikt als de zin na de puntkomma ook als zelfstandige zin gebruikt kan worden. In het laatste voorbeeld zou je dus geen puntkomma kunnen gebruiken.

Puntkomma in een opsomming

Bij een puntsgewijze opsomming kun je gebruik maken van puntkomma’s. De laatste zin sluit je dan af met een punt. Dat ziet er als volgt uit:

We moeten nog een aantal dingen doen:

  • hand-outs printen;
  • beamer klaarzetten;
  • lunch verzorgen;
  • koffie en thee klaarzetten.

Coming soon

In een volgend artikel lees je meer over aanhalingstekens en opsommingen. Ook lees je het antwoord op vragen als:

  • Komt er een punt als de zin eindigt op een afkorting?
  • Hoeveel gedachtepuntjes gebruik je?
  • Is het een goed idee om drie uitroeptekens achter elkaar te zetten?

Zelf een vraag? Plaats je vraag in een reactie en lees het antwoord in het volgende artikel.

 

Photo credits: rawpixel.com via Pexels