dt-fouten voorkomen

Nooit meer een dt-fout

Voor de één een grote ergernis. Voor de ander een groot probleem. Ik heb het over het maken van dt-fouten. Tijd voor een blogartikel, zodat je nooit meer een dt-fout in de persoonsvorm maakt.

Even opfrissen

Eerst even opfrissen. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Het is het belangrijkste woord in een zin, want het geeft je heel veel grammaticale informatie over de zin. Zo vertelt het je iets over enkelvoud of meervoud, eerste, tweede of derde persoon en over de tijd waarin de zin staat.

Er zijn twee manieren om de persoonsvorm in een zin te ontdekken.

  1. Maak de zin vragend. De persoonsvorm komt dan altijd vooraan te staan.
    – Zij heeft een Virtueel Assistent ingehuurd.
    – Heeft zij een Virtueel Assistent ingehuurd?
    Door de zin vragend te maken, weet je dus dat heeft de persoonsvorm is in deze zin.
  2. Zet de zin in een andere tijd. Het woord dat verandert is de persoonsvorm.
    – Vlinderss organiseert ook workshops.
    – Vlinderss organiseerde ook workshops.
    Door de zin in de verleden tijd te zetten, weet je dus dat organiseert de persoonsvorm is in deze zin.

Stam en ik-vorm

De stam vind je door van het hele werkwoord -en af te halen. Dus de stam van worden is word, de stam van fietsen is fiets en de stam van schilderen is schilder. Vaak is dit gelijk aan de ik-vorm, maar lang niet altijd. Denk maar aan beloven of lopen. De stam is dan belov of lop. De ik-vorm is beloof en loop.

De stam is belangrijk voor het voltooid deelwoord en de gebiedende wijs.

Een werkwoord vervoegen

Om een werkwoord goed te vervoegen ken je een waarde toe aan de persoon of beter gezegd het onderwerp. Het onderwerp en de persoonsvorm horen altijd bij elkaar. Klinkt allemaal erg ingewikkeld, hè? Maar dit schema komt je vast bekend voor. Het gaat hier om vervoegingen in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

EnkelvoudOnvoltooid tegenwoordige tijd
1e persoon (ik)Ik-vorm
2e persoon (jij, je, u)Ik-vorm + t
3e persoon (hij, zij, het)Ik-vorm + t
Meervoud 
1e persoon (wij)Hele werkwoord
2e persoon (jullie, u)Hele werkwoord
3e persoon (zij)Hele werkwoord

Voorbeeld:
Ik loop (ik-vorm)
Jij loopt (ik-vorm + t)
Hij loopt (ik-vorm + t)
In dit voorbeeld hoor je duidelijk de -t. Dit kan dus ook niet fout gaan. Maar wat als je de -t niet duidelijk hoort? Bijvoorbeeld omdat de ik-vorm al op een t-klank eindigt.

Voorbeeld:
Ik word (ik-vorm)
Jij wordt (ik-vorm + t)
Hij wordt (ik-vorm + t)
Je hoort de -t niet, maar door het juist toepassen van de regels m.b.t. vervoegen in de tegenwoordige tijd weet je nu dus dat je die -t bij 2e en 3e persoon enkelvoud wél moet schrijven.

Nooit meer een dt-fout in de persoonsvorm

Uiteindelijk hoef je slechts een paar dingen te onthouden om nooit meer een dt-fout te maken.

  • Is het onderwerp ik? Dan schrijf je altijd de ik-vorm. Er bestaan géén werkwoorden waarbij de ik-vorm eindigt op –dt.
  • Is het onderwerp jij/hij/zij of het? Dan schrijf je altijd ik-vorm + t. Dus kan de persoonsvorm nooit op een d eindigen.

Geen dt-problemen in de verleden tijd

Als je alles in de verleden tijd schrijft, kom je geen dt-problemen tegen. Het gezegde “Vroeger was alles beter” gaat wat dat betreft hier wel redelijk op. Het maken van dt-fouten speelt zich altijd af in het hier en nu, de tegenwoordige tijd dus. Maak je vaak dt-fouten? Zeg dan gewoon dat je erg mindful leeft! 🙂

Jouw blauwe hulpjes: de smurfenregel

Je kent ze vast wel, die blauwe wezentjes met witte mutsen die heel veel werkwoorden vervangen door smurfen. Dit woord kun jij ook gebruiken als controlewoord. Je hoort dan heel snel of je een -t schrijft of niet.

Kijk maar: Jij wordt toch ook vrolijk van een Virtueel Assistent? | Jij smurft toch ook vrolijk van een Virtueel Assistent?

De instinker!

Staat ‘je’ of ‘jij’ achter de persoonsvorm? Dan schrijf je de persoonsvorm nooit met -dt.
Word jij ook zo vrolijk van Vlinderss in jouw mailbox?

Kun je het woordje ‘je’ niet vervangen door ‘jij’? Dan schrijf je wél een -t.
Beantwoordt je Virtueel Assistent ook mijn telefoon als ik het druk heb?

Tip: ook hier kun je de ‘smurfenregel’ toepassen. Kijk maar.
Smurf jij ook zo vrolijk van Vlinderss in jouw mailbox?
– Smurft je Virtueel Assistent ook mijn telefoon als ik het druk heb?

Onthouden:

  1. ‘Ik’ heeft altijd een persoonsvorm met een -d of een -t én nooit -dt.
  2. Jij/je/u/hij/het eindigt nooit op een -d, want er komt altijd een -t achter.
  3. Het gebruik van -dt komt alleen voor in de tegenwoordige tijd.
  4. Voeg een -t toe als je die ook hoort bij het controlewoord (smurfenregel).

Eigenlijk best simpel toch?

Natuurlijk zijn er nog meer momenten waarop je een fout kunt maken. Zo hebben we naast de onvoltooid tegenwoordige tijd ook de voltooid tegenwoordige tijd. Dit is vooral bij mij een aandachtspunt. Ik schreef vroeger minder actief dan tegenwoordig. In mijn woordgeheugen zitten nog veel voltooid deelwoorden opgeslagen zoals betaald en behaald. 

Daarom lees je binnenkort de regels die bij het voltooid deelwoord horen. Soms mag je ook best een blog voor jezelf schrijven toch?

Meer taaltips?

Like de Facebookpagina van Vlinderss. Iedere dinsdag is het taaldag.

PS Vaker last van twijfel?
Dan is de gratis Freebee: Dilemma? Opgelost handig voor op je bureaublad.

Photo credit: Pexels bewerkt in Canva